Het land van herkomst is Zuid Afrika. Boerboel betekent “grote boerderijhond van onzekere oorsprong”. In Zuid Afrika wordt hij gezien als beschermer van kudde en erf, een waakhond dus. De oorsprong van de Boerboel is niet geheel duidelijk, maar we weten wel dat ze afstammen van de molossers. In 326 voor Christus zou Alexander de Grote een groot aantal van deze honden hebben gekregen. Ze bleken getraind te zijn als vechthonden. Alexander is verantwoordelijk geweest voor de verspreiding van deze honden door Europa, aangezien ze zijn troepen vergezelden. De honden en hun nakomelingen werden gebruikt voor jacht maar ook als beschermer van de soldaten. Toen Jan van Riebeeck in 1652 naar Kaap de Goede Hoop kwam, nam hij zijn eigen hond mee, een grote “bullenbijter”. Ook andere landverhuizers namen hun honden mee. In die tijd was de mastiff-achtige hond die Alexander had verspreid al uitgegroeid tot een hond die in veel landen zijn eigen type kende. Hoe verder de mensen Afrika introkken, hoe sterker de honden zich uitselecteerden. De mensen moesten kunnen vertrouwen op hun honden en ook daardoor vond er selectie plaats. Een goede hond was van levensbelang.

Vele jaren later zou de urbanisatie(de trek naar de stad) het ras bijna noodlottig worden, iets dat men zich pas begon te realiseren tegen de tijd dat de oorspronkelijke honden al dreigden te verdwijnen. Pas rond 1980 begon men serieus met het zoeken naar oorspronkelijke types om dit unieke ras te behouden. Tegenwoordig kent de Boerboel wereldwijd liefhebbers en wordt er hard gewerkt aan internationale erkenning van dit ras. Sinds november 1994 treffen we de Boerboel ook in Nederland aan.