Het zal u inmiddels wel duidelijk zijn, dat niet iedereen in staat is om een Boerboel op te voeden. De Boerboel heeft een zelfverzekerd karakter en dat vraagt van u een zeer consequent optreden. Zodra de Boerboelpup uw huis binnenkomt, begint u al met de opvoeding. De Boerboel combineert snel, is zeer intelligent en vindingrijk en hij zal dan ook het uiterste van u vragen. Als puppy zal de Boerboel zeker in staat zijn om u te verleiden tot inconsequent gedrag. U denkt al heel snel: “Ach, hij is nog zo klein en lief. Dat leer ik hem later wel af, als hij iets ouder is!” Welnu, dat is een foute gedachte en de eerste stap naar een onjuiste opvoeding is reeds gezet. Natuurlijk heeft de pup recht op uw liefde, begrip en vooral geduld, maar uw “Nee!” is gewoon nee. Realiseer ook dat een kleine puppy op uw schoot of in uw stoel wel leuk en gezellig kan zijn, maar een volwassen Boerboel op uw schoot of in uw stoel is minder leuk en gezellig. Sta een puppy nooit iets toe wat hij later ook niet mag. Bedenk van te voren wat u zal toestaan en vooral wat u niet zal toestaan aan uw volwassen Boerboel. Stel dus aan uw pup dezelfde eisen. Maak hem duidelijk wat u wel en niet goed vindt. Dat kan door een negatieve bekrachtiging door verkeerd gedrag te bestraffen; bijvoorbeeld door een stemverheffing of een greep in het nekvel. Beter is de positieve bekrachtiging door goed gedrag te belonen, bijvoorbeeld door een stemverhoging, wat lekkers of een aai over de bol.

Baas met een hoofdletter ‘B’
Voordat u met uw huisgenoten een Boerboel aanschaft, moet u kunnen zeggen:

“Wij zijn de Baas!

Wij hebben overwicht! Wij zijn consequent! Wij zijn in staat om doortastend op te treden in hachelijke situaties! Wij raken niet in paniek! Wij hebben ons goed en uitgebreid georiënteerd! Wij weten wat wij doen!”

Dit alles zal teleurstellingen bij u voorkomen en het zal ook voorkomen dat u de hond na enige tijd moet wegdoen omdat hij niet meer te handhaven is. Niet goed opgevoede honden zijn een ramp voor de eigenaar, voor de omgeving, maar zeker ook voor de hond zelf. Want de hond zal uiteindelijk het slachtoffer worden van uw falen. Bovendien bezorgt een slecht opgevoede Boerboel het ras ook nog eens een slechte naam! Voor alle partijen is het dan ook goed als u overtuigt bent dat u een Boerboel ‘aan kunt’, goed op kunt voeden en tijd en ruimte kunt geven, zodat hij merkt een baas te hebben met een hoofdletter ‘B’. Baas wordt u als u gezag hebt. Gezag is een kwestie van vertrouwen. U kunt gezag niet afdwingen, doch slechts verdienen! Door te slaan of te schreeuwen krijgt u beslist geen gezag. U bereikt veel meer door in eenvoudige situaties op een speelse manier uw wil aan de hond op te leggen. Een spelletje met uw jonge hond heeft meestal tot resultaat dat de hond doet wat u van hem verlangt. Aarzel nooit iets van de hond te verlangen, ook al is hij jong. Het eenvoudig weggooien van een stokje of een bal op jonge leeftijd zal zijn werklust stimuleren.

De 12 roedelregels

Honden stammen af van hun beruchte voorvader: de wolf. Wolven leven in een roedel net zoals de honden. De roedel is eigenlijk een anarchie: ze hebben 1 “baas”: de roedelleider (meestal de fysiek en mentaal sterkste reu). Dan komt de roedelteef en dan pas de andere honden met als laatste de omega. Deze structuur voordelig voor elk lid van de roedel. Honden jagen samen omdat ze dan meer kans hebben om iets te vangen. Zo heeft de roedelleider de rest van de roedel nodig, zelfs de omega-hond. Hij reageert zijn frustraties af op elke hond onder zich en die honden reageren de hunne af op een hond onder zich. Zo zal alle frustraties op de omega-hond eindigen. Zelf vindt hij dat goed want alleen zou hij waarschijnlijk niets vangen, en nu heeft hij tenminste eten en wordt hij beschermd door de roedelleider.

Honden willen elkaar door middel van taal hun plaats in de groep duidelijk maken. Als u een hond in uw gezin opneemt kan u hem duidelijk maken dat u de roedelleider bent. U kunt dat simpel doen door 12 regels toe te passen. Als u de leider bent zal de hond beter naar u luisteren en dat is toch wat u wilt bereiken.

  1. De alfa slaapt waar hij wil en niemand mag dan bij hem
  2. De alfa bevindt zich meestal op een hoger niveau. 
  3. De alfa eet altijd eerst. De andere leden van de roedel krijgen de restjes, tenzij de alfa besluit om die te bewaren. 
  4. Het bepalen van de rangorde gebeurt eerder in spel dan in echte gevechten.
  5. De alfa wint altijd alle spelletjes. 
  6. Alle leden van de roedel maken plaats voor de hoogste in rang.
  7. De hoogste in rang gaat altijd eerst door een nauwe doorgang. 
  8. Alle leden van de roedel bewijzen elke dag opnieuw eer aan de alfa. 
  9. De alfa neemt alle beslissingen in de roedel. 
  10. Een lager geplaatste gaat nooit naar een lagere, tenzij om hem te bestraffen 
  11. Negeren is het recht van een hogere.
  12. Een hogere heeft het recht privileges uit te delen.

De rangordevorming

Veel gedragsproblemen ontstaan door een verkeerde baas/hond verhouding. Doorgaans ontstaat een verstoorde baas/hond verhouding door onschuldige gewoontes. Gewoontes die opzich heel onschuldig zijn in onze ogen. Maar gewoontes die uiteindelijk heel bepalend zijn voor het gedrag van de hond tegenover zijn baas. Hieronder vindt u een beschrijving van de meest verkeerde gewoontes. Mocht uw hond gedragsproblemen uiten of u wil deze voorkomen verplaats u dan in de gedachte van uw hond.

Binnen een hondenroedel heerst een rangorde. De hond met de meeste privileges is de leider. Ondergeschikte honden proberen verschillende privileges te bemachtigen om uiteindelijk de leiding over te nemen. De leider beschermt zijn privileges om de leider te kunnen blijven. Met dit in onze achterhoofd gaan we de situaties eens bekijken.

  • De hond mag overal slapen. Midden in de huiskamer of in de deuropening. Hij gaat liggen op de meest onmogelijke plaatsen. Zelfs dan storen wij hem niet.
  • De hond krijgt het eerste te eten en wij krijgen het voedsel dat overblijft.
  • De hond wint alle vecht- en krachtspelletjes. Bovendien bepaald hij wanneer er gespeeld wordt.
  • Iedere keer wanneer wij de huiskamer binnenkomen begroeten wij de hond.
  • De hond mag als eerste door de deuropening en we storen hem vooral niet.
  • Als de hond om aandacht vraagt reageren wij onmiddellijk en beantwoorden zijn verzoek.

Deze situaties bevestigen onze onderdanigheid tegenover de hond. Nog erger wij bevestigen het idee dat de hond onze leider is. Althans in de gedachte van een hond. Aangezien het feit dat de rechten van een leider ook plichten met zich mee draagt…. gebeurt het volgende.

  • De leider leidt de roedel. Vandaar dat hij trekt aan de lijn. Met of zonder wurgketting om.
  • Als de hond losloopt rent hij om u heen. Om zijn roedel bij elkaar te houden.
  • Zoals een goede leider betaamt beschermt hij zijn roedel. Dat is een reden voor hem om andere honden te lijf te gaan.
  • Het startsein geven voor de jacht. Hetgeen betekent om achter fietsers, brommers of trimmers aan te jagen of op strooptocht te gaan.
  • Tegen bezoekers blaffen met het idee dat de hond zijn territorium moet verdedigen.

De hond is dus niet vals aan het worden maar is bezig zijn verantwoordelijkheden te dragen. De verantwoordelijkheden die het leiderschap nou eenmaal met zich mee draagt. Door een andere houding aan te nemen tegenover de hond kunnen wij het leiderschap weer overnemen. En met het leiderschap ook de bijbehorende plichten.

  • In het vervolg de hond niet meer in bed laten slapen. Ook niet meer op de bank of op een andere onmogelijke plaats laten liggen.
  • In het bijzijn van de hond zijn voedsel klaarmaken en vervolgens zelf gaan eten en dan pas de hond laten eten.
  • Zorg ervoor dat elk spelletje door ons word gewonnen en door ons word beëindigd.
  • De hond nooit voor laten gaan bij het traplopen.
  • De hond zeker niet toelaten in de slaapvertrekken.
  • Mocht de hond als eerste door de deuropening willen gaan, tijdig de deur dicht doen.

 Bron: de honden luisteraar

Een Boerboel met kinderen

Is een Boerboel wel vertrouwd met kinderen? In principe is geen enkele hond vertrouwd met kinderen! Dus ook de Boerboel niet. Maar alles staat of valt met hoe u de hond en het kind aan elkaar voorstelt en aan elkaar leert wennen. Nooit koopt u een hond voor het kind, zeker geen Boerboel! Nooit staat u toe, dat het kind met de pup gaat sjouwen of zeulen! Nooit mag het kind de hond slaan of in zijn slaap storen! Vaker is het zo dat u de hond in bescherming moet nemen tegen het kind dan andersom. Maar houdt u beide onder controle en in de gaten. Laat uw kind niet alleen met uw Boerboel in de eerste kinderjaren. U merkt snel genoeg aan het gedrag van de hond hoe deze reageert op het kind. Let u ook op uw Boerboel als de vriendjes van uw kind komen spelen. Kinderen gedragen zich in de ogen van de hond soms vreemd en hij zal daarop dan ook vreemd kunnen reageren.

Honden en kinderen

Heel veel mensen schaffen een hond aan voor de kinderen. NOOIT DOEN!
U en u alleen neemt de verantwoordelijkheid voor de hond. U bent degene die hem verzorgt, opvoedt enzovoorts.
Kinderen zijn in de ogen van de hond altijd ranglager! Zeker tot dat het kind zo’n 12 jaar is. Dat betekent o.a. dat een hond in zijn ogen een kind mag corrigeren die volgens hem de fatsoensregels heeft overschreden.

Denk eens aan een klein kind die schreeuwend, maar vol enthousiasme op de hond afrent welke in zijn mand lekker ligt te rusten. Zo’n kind kijkt de hond strak in de ogen, maakt vaak veel geluid, strekt ook nog eens de armpjes naar de hond uit en slaat dan de armpjes om de nek van de hond met het gezichtje vlak bij de hond zijn kop……
Voor een hond een heel goede reden dit wezen eens op zijn plaats te wijzen! Iedere handeling van het kind straalt zoveel dominantie uit… hoe durft het!
Allemaal heel normaal gedacht van de hond.

En wij…. wij als mensen vinden het schattig hoe dat kleine kind vol enthousiasme naar de hond toe gaat. Hoe lief slaat het zijn armpjes om de hond heen: wij worden vertederd door het gebaar van het kind, maar de hond echter niet!
En als het dan bijt, dan is het ineens vals en “vertrouwen” we hem niet meer…..Hier zijn dus heel veel communicatiestoringen tussen mens en hond. Wij kunnen het kind uitleggen dat hij dat nu net niet moet doen en de hond met rust moet laten. Leer het kind respect hebben voor de hond. Deze denkt nu eenmaal heel anders over bepaalde zaken, dan wij mensen.

Niet doen:

·         De hond wegsturen en/of mopperen als het kind aandacht krijgt.

·         Kinderen de hond commando’s laten geven.

·         Het kind naar de hond toe laten gaan, zeker niet als deze op zijn eigen plek ligt

·         Het kind zich laten bemoeien met een hond die aan het eten is, een speeltje heeft of lekker ligt te kluiven.

·         Kinderen hard laten schreeuwen en rennen in de buurt van de hond.  

·         Het kind over de grond laten kruipen als er verder geen volwassenen in de kamer zijn.

·         Het kind de hond aan laten staren.

·         De kinderen alleen met de hond over straat laten lopen.

·         Het kind over de nek van de hond laten hangen.

·         Het kind naar een hond laten schoppen of slaan (uiteraard).

Wel doen:

·         De hond aandacht geven en wat lekkers in het bijzijn van het kind

·         Kinderen mogen onder begeleiding zoekspelletjes doen met de hond

·         In het bijzijn van de baas het kind de hond laten roepen en wat lekkers geven vanaf de platte hand

·         Kinderen leren rustig te spelen in de buurt van de hond. Rennen en schreeuwen mag buiten.

·         In het bijzijn van volwassenen het kind lekker laten kruipen en er hierbij opletten dat de hond niet over het kind heen gaat staan.

·         Het kind leren langs de hond heen te kijken in plaats van IN de ogen.

·         De hond en de kinderen samen mee uit te nemen voor een wandeling.

·         Het kind leren rustig over de rug te aaien. WEL in het bijzijn van volwassenen.

·         Als de hond op het kind toe komt rennen, het kind leren stil te blijven staan en een andere kant op te laten kijken.

Het bovenste klinkt u misschien wat overdreven in de oren, zeker bij een kleine pup.
Maar bedenk dat die kleine pup ook maar gewoon een hond is en dat de meeste bijtgevallen bestaan uit het verkeerd omgaan met de hond.

Jong geleerd is oud gedaan!