Deze vertaling van de rasstandaard naar het Nederlands is een vrije vertaling vanuit het Zuid-Afrikaans. De Zuid-Afrikaanse versie is nog steeds de enige correcte lezing!

1. ALGEMEEN VOORKOMEN
De Boerboel is een grote , sterke hond. Hij is in totale balans met goed ontwikkelde spieren en beschikt over een vloeiend bewegingsmechanisme; hij is een imposante, indrukwekkende verschijning en een toonbeeld van kracht. Mannelijke honden moeten een mannelijk voorkomen hebben en vrouwelijke dieren moeten uiteraard vrouwelijk van type zijn.

2. BELANGRIJKE LICHAAMSPROPORTIES
De Boerboel is een perfect uitgebalanceerde hond, met elk lichaamsdeel perfect in proportie.

3. TEMPERAMENT EN KARAKTEREIGENSCHAPPEN
De Boerboel is betrouwbaar, gehoorzaam en intelligent met goede waakhondcapaciteiten. Hij is ook zelfverzekerd en zonder vrees.

4. KOP
De kop is een van de Boerboel’s voornaamste kenmerken, daar de kop representatief is voor het hele karakter van de Boerboel. De kop dient kort, breed, diep en sterk te zijn met goed gevulde wangpartijen en ook het gedeelte tussen de ogen dient goed gevuld te zijn.

5. SCHEDELDAK
Het schedeldak is breed en plat met uitgesproken bespiering.

6. AANGEZICHT
Het aangezicht van de Boerboel moet symmetrisch samensmelten met het hoofd. Met of zonder zwart masker.

1. STOP
De stop moet zichtbaar maar niet uitgesproken zijn.

2. NEUS
De neus is zwart met grote, wijd gespreide neusvleugels.

3. SNUIT (NEUSRUG)
De snuit is recht en vloeit in rechte lijn voort uit de (zichtbare!) stop.
De neus is diep, breed en versmelt langs de zijkant lichtjes naar de neuspunt toe.
Het neusbeen is tussen de 8 en de 10 cm lang.

4.LIPPEN                                                                                                                            De bovenlip is los en vlezig en hangt niet voorbij de onderkaak.
De bovenlip (gedeelte onder de neus) moet de onderlip bedekken.
De onderlip is niet overmatig los en vlezig, met andere woorden: de hond mag geen overdreven lip hebben.

5. KAKEN
De kaken zijn sterk, diep en breed en versmallen lichtjes naar voren toe.

6. TANDEN.
Het gebit is wit, goed ontwikkeld, correct verdeeld en voltallig met een duidelijke schaarbeet

7. OGEN
De kleur van de ogen kan elke schakering van bruin zijn,  maar moet donkerder zijn dan de kleur van de vacht. De ogen moeten op een horizontale lijn geplaatst zijn. Ze staan ver uit elkaar, met stevige, goed gepigmenteerde oogleden.

8. OREN
De oren zijn van middelmatige grootte, V-vormig en in proportie met de rest van het hoofd. Ze zijn tamelijk hoog en ver van elkaar aangezet. Wanneer de hond aandachtig is, moeten ze een lijn vormen met het schedeldak.

7. NEK

1. PROFIEL
De nek vormt een duidelijke spierenboog, hoog aangezet bij de schouders.

2. LENGTE
De nek is van gemiddelde lengte en in proportie met de rest van het lichaam.

3. VORM
De nek is sterk en gespierd en met een stevige aanhechting aan het hoofd.
Deze aanhechting verbreedt zich geleidelijk aan naar de schouders toe.
De nek vormt samen met hoofd en schouders een eenheid.

4. HUIDPLOOIEN ONDER DE KIN
Het vel onder de kin zit in losse plooien, en spant zich naar beneden toe geleidelijk aan tussen de voorpoten.

8. LICHAAM

1. TOPLIJN
De toplijn is recht.

2. RUG
De rug is recht, breed en in verhouding, met uitgesproken rugspieren en een korte lende.

3. KRUIS
Het kruis is breed en sterk met een zeer uitgesproken bespiering.

4. BORST
De borst is sterk en bespierd.
De borst is breed en diep tussen de voorpoten geplaatst met een goed bevestigde en ronde ribbenkas.
De breedte van de ribbenkas moet in verhouding zijn met de borst.

5. STAART
De staart moet hoog aangezet zijn. Hij is recht en bij voorkeur kort (3 wervels). Lange staarten zijn toegestaan.

9. VOORHAND
De voorhand is sterk en bespierd en in proportie tot de hele hond.

1. SCHOUDERS
De schouders zijn goed aangehecht, met uitgesproken bespiering en een correcte behoeking.

2. BOVENARM
De bovenarm heeft en duidelijk zichtbare, goed ontwikkelde bespiering.

3. VOORPOTEN
De voorpoten zijn dik, sterk en recht met een uitgesproken bespiering.

4. VOORSTE KOTEN
De voorste koten zijn dik, sterk, van middelbare lengte en een verticale verlenging van de voorbenen en de kootgewrichten.

5. VOORVOETEN
De voorvoeten zijn breed, goed gekussend, gesloten en bolvormig met sterke, gekromde, donkere nagels. De voet moet voorwaarts wijzen.

10. ACHTERHAND
De achterhand is sterk, stevig en goed gespierd, in verhouding met de rest van de hond en met een sterk aandrijvingvermogen.

1. BOVENDIJ
De bovendij is breed, diep, goed gevormd en gespierd.

2. SECUNDAIRE DIJ
De secundaire dij is goed ontwikkeld met uitgesproken bespiering.

3. KNIEGEWRICHT
Het kniegewricht is sterk en stevig met een correcte behoeking.

4. HAK- OF KOOTGEWRICHT
Het hakgewricht is sterk en stevig met een correcte behoeking.

5. HAK (ACHTERSTE KOOT)
De achterste koot is relatief kort, sterk en dik, en de achterkoten moeten parallel lopen. (toevallige wolfsklauwen aan de achterkoot moeten zo jong mogelijk verwijderd worden!)

6. ACHTERVOETEN
De achtervoeten zijn een ietsje kleiner dan de voorvoeten. Ze zijn goed gekussend en goed gevormd, en moeten recht naar voren wijzen. De teennagels zijn sterk, gekromd en donker van kleur.

11. BEWEGING
De beweging van de Boerboel moet gemakkelijk, vloeiend, krachtig en doelgericht zijn, met voldoende aandrijving vanuit de achterhand en met een parallelle beweging van de benen. Tijdens de beweging dient de toplijn volledig recht en stabiel te blijven.

12. HUID
De huid van de Boerboel is dik en los en goed gepigmenteerd met een matige aanwezigheid van plooien op het voorhoofd wanneer de hond geïnteresseerd is.

13. PELS

1. De pels van de Boerboel moet kort en glad zijn met en dichte haarbedekking.

2. De erkende kleuren zijn geel, vaal, roodbruin, bruin en alle schakeringen van gestroomd.

14. GROOTTE

1. REUEN
De ideale grootte voor een reu is 66 cm. De grootte mag variëren tussen de 64 en de 70 cm.

2. TEVEN
De ideale grootte voor een teef is 61 cm. De hoogte mag variëren tussen de 59 cm en de 65 cm.

15. ALGEMENE GEZONDHEID
Vanwege natuurlijke selectie voldoet de algemene gezondheid van de Boerboel aan een hoge standaard.

16. PIGMENTATIE
De Boerboel moet een goede pigmentatie hebben, vooral op lichaamdelen zoals lippen, ogen, voetzolen, teennagels en geslachtsorganen.

17. DISKWALIFICATIEPUNTEN

1. Een te grote hond

2. Een te kleine hond

3. Overmatige agressie

4. Een te kleien en karakterloze kop

5. Een leverkleurige neus

6. Een onderbeet van meer dan 1 cm

7. Een duidelijk zichtbare, ernstige overbeet

8. Een smalle snuit

9. Een lange snuit

10. Een scherpe muil

11. Blauwe ogen

12. Rechtopstaande oren

13. Een te smalle borst

14. Kromme poten

15. Een holle rug

16. Ernstig koehakkig

17. Sikkelhakken

18. Te rechte hakken

19. Een onhandige, ongebalanceerde beweging

20. Een witte hond

21. Een zwarte hond

22. Enig teken van een ander ras

23. Een bonte hond met onvoldoende pigment en/of zonder een van de 5 erkende kleuren rond beide ogen en oren